Misbruik bij Goede Doelen


Ze willen morele bakens zijn in grimmige tijden. Maar ook de reputatie van internationale hulp-, milieu- en andere niet-gouvernementele organisaties is bevlekt door mediaschandalen over toegedekt seksueel wangedrag. Veranderen? Niet iedereen lijkt daar nog aan toe.

januari 2019Michel Robles en Janneke Donkerlo
 
Het moet een vreemde gewaarwording zijn geweest. Zes bazen van grote, in naam onafhankelijke hulporganisaties kwamen vorig jaar maart boetvaardig op het matje bij de Kamercommissie voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking. ‘Dit beschaamt mij,’ biechtte directeur Farah Karimi van Oxfam/Novib, in de hoek gedreven door de VVD en de PVV. ‘Ongehoord, ontoelaatbaar, onacceptabel, schokkend, verschrikkelijk,’ riepen het Rode Kruis, Plan Nederland, Artsen zonder Grenzen, Save the Children en Cordaid.

Het begon allemaal een maand eerder, toen Britse media onthulden dat medewerkers van de Britse Oxfam-tak tijdens hulpoperaties in Haïti in 2011, tegen alle gedragsregels in, lokale prostituees hadden besteld. Mensen zouden bovendien bedreigd zijn om te zwijgen. Oxfam meldde naderhand online enkele ontslagen, maar hield de details achter. 
Een ongeluk komt nooit alleen. Kort na elkaar kwamen via de media seksistische misdragingen aan het licht bij Artsen zonder Grenzen, Save the Children, Plan International en andere internationale niet-gouvernementele organisaties (INGO’s). Vergelijkbare verhalen kwamen naar buiten of werden opnieuw opgerakeld over hulporganisaties van de Verenigde Naties. Na de kerken, de cultuurwereld en de sport had nu ook (nood)hulpland zijn donkere mediastorm.
De commotie kwam op een beroerd moment. Ontwikkelingshulp ligt zwaar onder vuur van populistische partijen en autocratische regimes.

De hulporganisaties beklemtonen dat humanitaire hulp jaar na jaar riskanter wordt en dat ze werken op plekken waar ‘overheden onderdeel zijn van het probleem’ en ‘afschuwelijke tradities’ bestaan. Niettemin klonk vanuit de politiek spierballentaal over ‘uitroeien’ en ‘zerotolerance’. In Engeland grepen conservatieve politici de Oxfam-kwestie aan om hulpclubs extra te korten. In Nederland dreigde minister Sigrid Kaag van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking ermee.

Wijzelf schreven in mei 2018 over ongewenst gedrag bij Greenpeace. Hoe wijdverbreid is dit nu echt en wat doen INGO’s ertegen, vroegen we ons af. We wilden verder kijken dan individuen en mediahypes.  De afgelopen drie maanden speurden we internet af, lazen wetenschappelijke artikelen en rapporten, spraken en mailden met zo’n dertig onderzoekers, (ex)-werknemers, leidinggevenden, voorlichters, slachtoffers en getuigen (beschuldigeden spreken lukte nog niet). Een aantal bronnen wilde anoniem blijven. Hun namen zijn bij de redactie bekend. Eén ding werd duidelijk: seksuele intimidatie is wijdverbreid bij grote goede doelenclubs. En belangrijker: de leiding kijkt vaak weg. 
 
Ontwrichtend

Voor alle duidelijkheid: we hebben het hier niet over eenmalige flauwe grapjes of één, twee ‘rotte appels’, maar over hardnekkige gedragspatronen en machtsmisbruik. Van voortdurende seksistische opmerkingen – ‘microagressie’ heet dat – totbordeelbezoek in crisisgebieden, seks-voor-medicijnenchantage, stalken, aanranding of regelrechte verkrachting. Heel wat slachtoffers worden onder druk gezet te zwijgen, op straffe van ontslag of ‘schade aan de organisatie’.

Zowel eigen mensen als ingehuurde partners maken zich er schuldig aan. In het verleden gingen zaken die de media haalden merendeels over misdragingen van hulpverleners tegenover degenen die zij kwamen helpen. Sinds #MeTookomt echter ook onderling seksueel machtsmisbruik tussen collega’s naar bovern, deels via gevestigde media, deels via online vervolg-initiatieven op #MeToo, zoals #AidToo en #TimesUp.

Vrijwel steeds zijn de beschuldigden c.q. daders man. De slachtoffers – survivorsnoemen zij zich ook wel – zijn meestal vrouwen en homoseksuelen. Bij misbruik van de lokale bevolking gaat het ook vaak om minderjarigen en kinderen. Overigens, ook machogedrag of doofpotoperaties door vrouwen – ‘verhard binnen de organisatiecultuur’ – komen voor. ‘Al te vaak heerst een hanenmentaliteit van patriarchaal seksisme, machtsmisbruik en racisme,’ zegt schrijfster en hulpveterane Shaista Aziz, na vijftien jaar ervaring binnen INGO’s. ‘Rotte appels zijn ingebed in een cultuur van alledaagse, neerbuigende misogynie, loonkloven tussen blank en gekleurd en nog veel meer.’

Het resultaat kan diep ontwrichtend zijn. Slachtoffers en getuigen houden hun mond. Omdat ze nergens hun verhaal kwijt kunnen, of uit loyaliteit, of uit zelfverwijt en schaamte. Maar eerst en vooral uit angst voor repercussies. Niemand wil ontslagen worden, of via de tamtam als lastpak gebrandmerkt raken in het noodhulpcircuit. Mensen werken daar immers met hart en ziel. Aangifte doen? Dat maakt alleen een kansje bij juridisch strafbare delicten – tenminste, wanneer justitie ter plaatse zelf niet corrupt of ook zelf seksistisch is.
 
Moral Injury

‘Wie het nooit heeft meegemaakt, heeft geen idee wat het met je doet,’ zegt een vrouw die wij telefonisch meerdere keren spreken. Ze bekleedde hoge functies binnen verschillende INGO’s, en werd bij twee ervan door een collega verkracht. ‘Hoewel ik zelf interviews over zulke ervaringen had afgenomen, duurde het de eerste keer enige tijd voordat ik kon accepteren dat ikzelf nu verkracht was. En er was niemand waar ik het veilig kon melden. Ik voelde me totaal alleen.’

Seksuele intimidatie, aanranding, verkrachting: de levens van slachtoffers worden er soms door gebroken. Moral injurynoemen therapeuten het: je morele wereld- en je zelfbeeld stort compleet in elkaar. We gaan te rade bij verschillende experts, die in hun werk met zulke problemen te maken hebben. Daaronder klinisch psycholoog Iva Bicanic, hoofd van het Centrum Seksueel Geweld van het UMC Utrecht.Jonge, en zeker idealistische, mensen gaan ervan uit dat de wereld en zijzelf oké zijn, dat je lijf van jezelf is én dat je verantwoordelijk bent voor je leven, zeggen zij. Seksuele intimidatie zet dat volledig op zijn kop. Slachtoffers verstijven in verbijstering en denken vervolgens dat het aan henzelf ligt.

Het is de plotselinge, gapende kloof tussen de normen- en waardenwereld waarbinnen je jezelf definieerde vóór het gebeuren en de totale ‘ander’ die je voor je gevoel daarna geworden bent. Je zou de klok willen terugzetten, maar je bestaan is voorgoed het onbekommerde kwijt. Het kan uitmonden in diepe zelfverachting of haat voor je ‘onteigende’ lijf. Nog erger wordt het doordat vrienden en collega’s zich de omstandigheden 
vaak niet kunnen of willen voorstellen en half (of werkelijk) beschuldigend reageren: ‘Waarom heb je niet gewoon…,’ of: ‘Mij zou zoiets nooit overkomen’. Iva Bicanic: ‘Door dergelijke victim blamingraken slachtoffers soms nog méér getraumatiseerd.’

 
Machtseks-onthullingen

Voor journalisten en donateurs kwamen de machtseks-onthullingen misschien onverwacht, voor de sector zelf geldt dat allerminst.‘Iedereen wist het,’ benadrukt onderzoekster Dyan Mazurana, die aan de Tufts University in Boston de problematiek in 2017 wetenschappelijk in kaart bracht bij zeventig internationale hulporganisaties. Al zeker zestien jaar circuleren interne rapporten en legio verhalen. Alarm was ook al eerder geslagen. Bij de Verenigde Naties nam Per Anders Kompass, een van de topambtenaren van de VN-Commissaris voor de Mensenrechten, in 2015 ontslag vanwege de ‘straffeloosheid voor veel daders en verantwoordelijke functionarissen’ bij VN-gerelateerde misbruikzaken. De in datzelfde jaar opgerichte online platforms Report the Abuseen Humanitarian Women’s Network kregen in korte tijd respectievelijk 1.418 en 1.005 meldingen binnen. Het ging zowel over VN-hulpverleners als over onafhankelijke NGO’s, aldus via Skype HWN mede-oprichtster Anika Kastic, momenteel country directorbij Action Against Hunger in Zuid-Soedan.

Zelden werd met zulke cijfers echt iets gedaan.Gevoel van urgentie, respectvolle afhandeling, openheid: het schoot allemaal tekort, constateerde Dyan Mazurana in haar rapport STOP the Sexual Assault against Humanitarian and Development Aid Workers. ‘Hulpverleners trainen in omgaan met seksueel machtsmisbruik, dat gebeurde nergens’ vertelt zij telefonisch vanuit Boston. ‘Wanneer ik professionele trainers vroeg waarom niet, keken ze mij verbaasd aan en kreeg ik te horen: omdat het zo weinig voorkomt’.Gedragscodes betreffen grotendeels financiële no-go’s. Bijzinnen over seksuele ontsporingen zijn vaak nog altijd summier. Sanctiebeleid, indien al aanwezig, is meestal onduidelijk. Klachtenafhandeling gebeurt vaak door het management zelf, niet door onafhankelijke vertrouwenspersonen en klachtencommissies met werkelijke macht binnen de organisatie. Overigens, gedragscodes worden volgens juristen voornamelijk opgesteld vanwege de wettelijke zorgplicht inzake psychosociale arbeidsomstandigheden.
 
Wereldspelers

Internationale NGO’s waren ooit rebellenclubs. Nu zijn het bedrijven, middelgrote wereldspelers met honderden tot tienduizenden werknemers. Imago en ongestoorde financiering zijn van (over)levensbelang. ‘Seksincidenten’ worden liefst zonder ruchtbaarheid afgehandeld. Soms tot ieders tevredenheid[MR2] , maar geregeld ook kijkt de leiding berekenend weg, vooral wanneer vermeende daders populaire of strategisch belangrijke figuren zijn. Dat komt veel voor, horen wij van onze bronnen. Want morele bakens of niet, ook bij goede-doelentransnationals blijken onaantastbaarheid en (seksueel) machtsmisbruik nauw verweven. 
Het beeld is steevast hetzelfde. Codewoord: bagatellisering. Door leidinggevenden én door slachtoffers zelf. De noodsituaties waar je het allemaal voor doet, zijn immers ‘veel vreselijker.’ Er heerst een stoere-kameradensfeer: teamspeler wezen, niet jengelen!

Daarbij komt: niet zelden zijn beschuldigden tevens bekwame campaigners. Die zijn schaars, dus gewild. Daders blijven zitten, worden naar de luwte overgeplaatst of stilletjes geloosd met vertrekpremie. ‘VIP dismissals’, in cynisch jargon. Binnen het reizende hulpcircus vinden zulke mensen elders eenvoudig nieuw emplooi. Klokkenluiders en slachtoffers vertrekken gemangeld of worden weg gewerkt. De Deense NGO-adviseur Maia Kahlke-Lorentzen verwoordde het vorig jaar online treffend: ‘U heeft geen pr-probleem, maar een cultuurprobleem!’

INGO’s, die voortdurend opereren in crisissituaties, zijn extra kwetsbaar voor zulke misstanden. Rond campagnes spelen heftige emoties. Collega’s knokken samen, vieren, drinken samen. Ze slapen dicht bijeen in hotels of tentjes ver van huis. Op ingehuurde ‘externen’ is amper greep. Erger, zeggen sommigen: de helper uithangen is een ideale dekmantel. Anika Krstic: ‘Machteloze mensen in noodsituaties trekken notoire daders aan.’Tekenend was de recente arrestatie van twee pedoseksuele cv-fraudeurs, de Amerikaan Joel D. en de Canadees Peter D. Beiden waren zeer gezien in het internationale hulp- en mensenrechtencircuit, die nooit hun cv’s hadden gecontroleerd. 
 
Machtsongelijkheid

Vorig jaar verscheen op de blog Cassandra Complexityhet stuk Holier than Thou.De auteur,gender based violence expertSarah Martin, verhaalt daarin van haar periode, van 2007 tot 2011, op het Amsterdamse kantoor van Artsen zonder Grenzen (MSF). Ook AzG heeft, zo te lezen, een cultuurprobleem. ‘Ik dacht, uit mijn tijd bij VN-hulporganisaties, dat ik bekend was met seksueel wangedrag,’ schrijft Martin. ‘Niet dus. (…)’ Verschillende mannen in Amsterdam gingen volgens haar prat op de hoeveelheid jongere vrouwen met wie ze naar bed waren geweest. ‘Als nieuwkomers werden we in een kring gezet en met een getal van 1 –10 moesten we aangeven met wie we wilden slapen.’
Via skype verduidelijkt Martin: ‘Seksuele avances, ook onder volwassenen, worden problematisch bij machtsongelijkheid. Als ze tussen senior en junior staf plaatsvinden bijvoorbeeld, of – in het veld – tussen westerse en lokale staf; daar is bij uitstek sprake van machtsverschil. Officieel ontmoedigt de AzG-gedragscode onderlinge romantische relaties. De praktijk was anders. Met klachten over hem werd niets gedaan. Behalve dat klagers te horen kregen: je moet gewoon wat losser worden.’

Unicef en andere VN-hulporganisaties, Refugees International, de natuurmoloch Conservation International (onder meer actief op de Nederlandse Antillen en in Suriname), dierenrechtenclubs als de Amerikaanse Humane Society – door het hele NGO-spectrum heen komen we bij onze zoektocht langs activisten, slachtoffers en publicaties vergelijkbare (meestal anonieme) getuigenissen tegen op blogs, in onderzoekrapporten en in krantenartikelen. ‘Het is een industrie in de ontkenningsfase,’ concludeert Dyan Mazurana. ‘Slachtoffers worden gezien als het probleem.’ 
 
Grote verschillen

Heeft de ophef intussen de ban gebroken? Misschien. Schouderophalende leiding, onkundig gehouden donateurs: het lijkt niet langer acceptabel. De verontwaardiging is te grootom te negeren, denkt Sarah Martin. Het weggedrukte ‘cultuurprobleem’ is een venijnig pr-probleem geworden. De woede onder medewerkers – ook mannen – neemt toe, vingers wijzen, financiers steigeren. Oxfam verloor zo’n drieduizend donateurs, alsmede haar Zuid-Afrikaanse ‘ambassadeur’ bisschop Desmond Tutu en adjunct-directeur Penny Lawrence van Oxfam UK.

Links en rechts zijn damage-controloperaties opgestart. Ruim 120 Amerikaanse INGO’s hebben een gelofte tot beterschap afgelegd. In Nederland hebben de NGO’s en minister Kaag een Gezamenlijk Actieplan in werking gesteld. Organisaties en regeringen bellen onderzoekster Mazurana om raad. De VN liet bureau Deloitte een onderzoek doen onder VN-hulporganisaties. De uitkomst: een derde van de dertigduizend respondenten zei de afgelopen twee jaar last te hebben gehad van seksuele misdragingen van collega’s. VN-Secretaris-Generaal António Guterreskondigde met veel tamtam een VN ‘Speak-Up Hotline’aan. Het VN-budget doet echter twijfels rijzen: 0 dollar + 1fte.

Een aantal mensen is nog steeds voornamelijk bezig met imago controleren, vreest een voormalige topfunctionaris personeelszaken bij een grote INGO.En Dyan Mazurana: ‘Er zijn grote verschillen tussen organisaties. Sommige, zoals Oxfam, zijn serieus bezig, andere gooien het luik dicht en hopen dat het over waait. De Verenigde Naties, díe zouden voorop moeten lopen!’ Even stilte. ‘Maar ja: een nul-dollar budget…’